Ongedierte in huis in de winter: gaan ze dood of komen ze juist naar binnen?

Zodra het buiten kouder wordt, lijkt het logisch om te denken dat ongedierte vanzelf verdwijnt. Maar zo eenvoudig is het niet. Sommige insecten worden buiten minder actief of overwinteren in een ruststadium, terwijl andere dieren juist een warm en beschut plekje in huis, de garage of schuur opzoeken.
Daarom is de herfst een goed moment om niet alleen de ramen te wassen en de radiatoren schoon te maken, maar ook even naar naden, kieren, voorraadkasten en donkere opbergplekken te kijken.
Gaat ongedierte dood door de kou?
Soms, maar lang niet altijd. Kou kan de activiteit en ontwikkeling van bepaalde soorten sterk afremmen. Andere soorten overwinteren als ei, larve, pop of volwassen dier. En binnenshuis is het door verwarming vaak warm genoeg om actief te blijven.
Een paar voorbeelden:
- Muizen zoeken in de herfst en winter juist warme gebouwen op. Een kleine opening kan al genoeg zijn om binnen te komen.
- Kledingmotten kunnen in verwarmde gebouwen het hele jaar hun levenscyclus voortzetten.
- Voorraadmotten ontwikkelen langzamer bij lage temperaturen, maar verwarmde keukens en voorraadkasten blijven aantrekkelijk.
- Zilvervisjes houden vooral van vochtige ruimtes. Een droger binnenklimaat maakt het voor ze lastiger.
- Papiervisjes houden van warme plekken met papier en lijm. Lagere temperaturen remmen hun ontwikkeling, maar alleen kou lost een plaag meestal niet op.
- Overwinterende vliegen, wantsen en lieveheersbeestjes kunnen in spouwen, zolders en andere beschutte plekken in rust gaan. Wordt zo'n ruimte warm, dan kunnen ze midden in de winter weer actief worden.
- Spinnen gedragen zich per soort verschillend. Sommige overwinteren, andere sterven in de herfst. Spinnen in huis zijn bovendien vaak nuttig omdat ze andere insecten vangen.
Welke wintergasten zie je het vaakst in en rond huis?
1. Muizen
Muizen zijn voor veel huishoudens het duidelijkste winterprobleem. Ze zoeken voedsel, warmte en een droge schuilplek. Let op knaagsporen, kleine donkere keuteltjes, geritsel achter wanden en aangevreten verpakkingen.
2. Zilvervisjes en papiervisjes
Zilvervisjes worden vaak gevonden in badkamer, keuken, kruipruimte en andere vochtige plekken. Papiervisjes zitten juist graag warmer en kunnen papier, boeken, dozen en bepaalde lijmsoorten aantasten.
3. Kleding- en voorraadmotten
Bij kledingmotten richten vooral de larven schade aan, bijvoorbeeld aan wol, tapijt of andere materialen met dierlijke vezels. Voorraadmotten ontwikkelen zich in droge levensmiddelen zoals meel, granen, noten en gedroogde producten.
4. Overwinterende vliegen en wantsen
Sommige vliegen verzamelen zich in het najaar in grote aantallen in beschutte delen van gebouwen. In een koude plek blijven ze vaak rustig. Door verwarming kunnen ze ineens weer tevoorschijn komen.
5. Spinnen
Een enkele spin is meestal geen plaag. Sterker nog: spinnen eten onder andere vliegen, muggen en andere kleine insecten. Wil je ze niet binnen, dan helpt weren meestal beter dan bestrijden.
Zo pak je winterongedierte verstandig aan
- Bepaal eerst welk dier je ziet. De juiste aanpak verschilt sterk per soort.
- Pak de oorzaak aan. Denk aan voedsel, vocht, warmte, rommelige opslag of openingen naar buiten.
- Dicht naden en kieren. Controleer leidingdoorvoeren, kozijnen, deuren en aansluitingen. Houd noodzakelijke ventilatieopeningen wel open en gebruik daar zo nodig geschikt fijn gaas of een rooster.
- Bewaar voedsel afgesloten. Dit geldt ook voor dierenvoer, noten, meel en andere droge voorraad.
- Ventileer en los vochtproblemen op. Dat is vooral belangrijk bij zilvervisjes.
- Controleer textiel en voorraadkasten. Een plaag begint vaak op één vergeten plek.
- Gebruik bestrijdingsmiddelen pas als laatste stap. Kies alleen toegelaten middelen en volg het etiket. Bij muizen, ratten of een grote insectenplaag is professionele hulp vaak verstandiger.
Esthers wintercontrole in 10 minuten
Loop één keer per maand even deze punten langs: onder de gootsteen, achter voorraadpotten, rond leidingdoorvoeren, langs plinten, in de meterkast, op zolder en in rustige kledingkasten. Zie je iets verdachts, pak dan meteen de bron aan. Dat is bijna altijd eenvoudiger dan wachten tot er echt een plaag ontstaat.
Wanneer een professional inschakelen?
Zie je regelmatig muizen of ratten, vind je op meerdere plekken larven of vraatschade, of blijft het probleem terugkomen ondanks schoonmaken en weren? Laat dan eerst vaststellen om welke soort het gaat en schakel een erkende plaagdierbeheerser in. Bij sommige muissoorten gelden bovendien beschermingsregels.
Bronnen en verder lezen
Voor dit artikel zijn onder andere de voorlichtingspagina's van Milieu Centraal, GGD Leefomgeving en het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) geraadpleegd.

Even van Esther
Je hoeft een schoonmaakklus niet ingewikkelder te maken dan nodig. Begin klein, kijk goed naar het materiaal en gebruik liever één passend middel dan vijf middeltjes door elkaar.